Intrigerende Juwelen meesterwerken

De juweliers in het oude Mesopotamië werkten vooral met metaal als basismaterialen maar dan afgewerkt met prachtige kleurige stenen, zoals agaat, lapis en jasper. Ze maakten er intrigerende figuren mee zoals bladeren, spiralen, druiventrossen en allerlei dieren, stuk voor stuk meesterwerkjes uit de antieke kunst.

Deze juwelen werden zowel voor gewone mensen als de hogere rangen uit de maatschappij die via standbeelden werden vereerd gemaakt. Het betrof de eerste vorm van industrie, waarbij gesofisticeerde metaalbewerkende technieken zoals graveren werden gehanteerd.

De Grieken begonnen rond 1400 voor Christus goud en edelstenen in juwelen te gebruiken. Rond 300 voor Christus waren ze uitgegroeid tot ware meesters die bij hun juwelen veelvuldig gebruikmaakten en van parels en smaragd. In het oude Griekenland dienden juwelen niet om dagelijks te dragen, maar om bij publieke verschijningen en speciale gelegenheden mee uit te pakken.
De Romeinen veroverden verschillende volkeren die al met deze oude juwelen te maken hadden, zoals de Kelten. De Romeinen zelf hielden veel broches, geknipt om tunieken en toga’s samen te houden. De vrouwen droegen allerlei juwelen, daar waar de mannen het doorgaans bij een ring hielden.

Op weg naar en tijdens de Middeleeuwen werd het juweel maken steeds meer een kunst. Rond de 8ste eeuw was het algemeen goed dat de wapens van de edelen met juwelen werden ingelegd. In het Byzantijnse rijk waren het vooral religieuze thema’s die door middel van juwelen werden uitgebeeld.

De Renaissance zou een belangrijke periode bij de ontwikkeling van juwelen in Europa zijn. Rond de 18de eeuw waren tal van juweliers actief en werden hun producten vaak geëxposeerd samen met andere kunstwerken. In de periode van de Romantiek in de 18de eeuw raakte het publiek steeds meer in vervoering van juwelen uit de Oudheid, dit ten gevolge van een aantal belangrijke archeologische ontdekkingen.

Een unieke categorie vormde toen de rouwjuwelen. Queen Victoria zette deze trend in met een set juwelen die zij droeg na de dood van Prins Albert.
Tijdens de periode van de Art Nouveau rond 1890 vond ook deze kunststijl haar weerklank in de juwelen, net als de Jugendstil. Juwelenmakers legden toen de nadruk op vrouwelijke vormen en kleuren. Tijdens de art déco periode na de Eerste Wereldoorlog protesteerden ook de edelsmeden in hun werk tegen de decadentie en ijverden ze voor meer eenvoudige vormen en ontwerpen.
Na de tweede Wereldoorlog raakte het gebruik van nieuwe, goedkopere materialen in zwang. De 21ste eeuw werd ingezet met een ware mixcultuur, waarbij juwelenmakers tal van dure en goedkope materialen combineren om tot nieuwe, opwindende juwelen te komen.

Geschiedenis van juwelen en sieraden

Een juweel of sieraad kan om het even welk object op kleding na zijn dat op het lichaam wordt gedragen met de bedoeling dat te verfraaien. Sieraden zijn in feite even oud als de mens, want van zodra onze verste voorouders dierenhuiden begonnen te dragen om zich te wapenen tegen koude en regen zochten ze ook naar elementen om zichzelf mooier te maken.

Vrouwen gingen op zoek naar decoratieve stukken om de meest begeerlijke (vaak de sterkste) van de mannen van de stam voor zich te winnen, mannen wilden vooral een goede moeder om het voortbestaan van de soort te verzekeren.

Door de eeuwen heen werden de verschillende juwelen en sieraden steeds verfijnder door gebruik te maken van edele metalen en nieuwe technieken. Het beroep van ‘juwelier’ heeft altijd in hoog aanzien gestaan, ook in de eerste primitieve beschavingen.

Vroeger hadden juwelen wel een functie, bijvoorbeeld om kleren samen te houden Het werd gemaakt van materialen zoals beenderen, tanden, schelpen, hout en steen. In de Oertijd had een juweel naast een duidelijke functie ook het opzet om de status van bepaalde vooraanstaande figuren te tonen. Meestal werden ze met die siervoorwerpen ook begraven.

Al in de vroegste beschavingen

In primitieve culturen was het gebruikelijk om een amulet, kralen of een medaille te dragen. Afrikaanse stammen drukten en drukken er ook hun eigenheid mee uit. Kralen kunnen zowel gedragen worden rond de hals, de pols, de vingers, enkels, heupen,… Elk van deze plaatsen op het lichaam en het gebruikte materiaal, kleur en afwerking vertellen een eigen verhaal.

De eerste vondsten van Afrikaanse juwelen dateren al van ruim 75.000 jaar geleden uit Kenia. Het zouden trouwens de Cro-Magnons zijn, onze oorspronkelijke voorouders uit Afrika, die naar het Midden-Oosten emigreerden en in Egypte de Neanderthalers als dominant ras verdreven. De Cro-Magnons brachten er het ambacht van het maken van armbanden en halskettingen met tanden en beenderen mee.
De eerste sporen van geavanceerde juwelen zijn terug te vinden in het oude Egypte van zowat 5.000 jaar geleden. De Egyptenaren verkozen de luxe, zeldzaamheid en gemakkelijke bewerking van goud boven andere metalen om juwelen mee te maken. Gouden ornamenten groeiden er algauw uit tot de manier om kracht en religiositeit mee te symboliseren. De machtdragers pronkten met hun gouden juwelen tijdens leven en dood, want de sieraden gingen mee in de graftombes.
Samen met goud gebruikten de Egyptische siersmeden ook gekleurd glas en tal van edelstenen. Toch verkozen de vooral glas als nevenmateriaal bij het vervaardigen van juwelen omdat glas gemakkelijk bewerkbaar en kleurbaar was.
Kleuren hadden er een groot belang, en elke kleur had een andere betekenis. Zo zei het Boek van de Dood specifiek dat een ketting van Isis rond de nek van een mummie rood moest zijn om de drang van Isis naar bloed te bevredigen, terwijl groene juwelen stonden voor vruchtbaarheid en een goede oogst.
In het oude Egypte werden heel wat materialen om juwelen van te maken gevonden aan de grenzen en in de Rode Zee. Daar bevond zich een mijn waarin ze emerald, het lievelingsgesteente van Cleopatra, opdelfden. De Egyptische juweliers waren traditioneel aan de slag in grote werkhuizen letterlijk vastgehecht aan tempels en paleizen.
De Egyptische juwelenontwerpen werden ook door andere volkeren overgenomen, zo de Feniciërs die met hun handelsgeest de kunst van het juwelen maken over de hele toen bekende wereld verspreidden.

Ook werden oude Turkse designs voor juwelen teruggevonden in Perzische juwelen, het bewijs dat er heel wat handel tussen het Midden-Oosten en Europa was.
Ongeveer 4.000 jaar geleden groeide het juwelen maken tot een belangrijk vak in de steden Sumer en Akkad. Het meest bekende archeologische bewijs komt uit de koninklijke begraafplaats van Ur, waar honderden graven uit de periode 2900-2300 voor Christus werden ontdekt.

In deze graven troffen archeologen tomben aan zoals die van Puabi met massa’s artefacten in goud, zilver en kostbare voorwerpen zoals kronen in lapis lazuli die met goud waren afgewerkt. Ook in Assyrië vonden men graven van mannen én vrouwen getooid met amuletten, enkelbanden, halskettingen en riemen.