Handel in edelstenen en sieraden

De handel in edelstenen of diamanten is een van de oudste van de mensheid. Dit kan bewezen worden door archeologische vondsten van bepaalde edelstenen op grote afstand van hun vindplaats. Zo bijvoorbeeld de verspreiding van barnsteen, dat via de zogenaamde barnsteenroutes van de vindplaatsen in het Oostzeegebied ver naar het zuiden werd getransporteerd.
Op vergelijkbare wijze zijn diamanten, saffieren en robijnen naar het Midden-Oosten en Europa gevoerd, stenen die afkomstig uit Azië waren.
De handelactiviteiten werden steeds beïnvloed door de politieke situatie van de gebieden waar de handelsroutes doorheen liepen. De ontwikkeling van de zeevaart in de Middeleeuwen leidde tot een grote vooruitgang in de algemene handel en in de verspreiding van edelstenen in het bijzonder.

Europa kreeg toegang tot de belangrijkste in die tijd slechts moeizaam toegankelijke klassieke vindplaatsen van edelstenen in Azië, Amerika en Australië. Tegelijk werden talrijke nieuwe vindplaatsen ontsloten in Afrika en Brazilië.
De handel mag dan gevoelig veranderd zijn, wat blijft is de waarde van edelstenen en/of sieraden.

Die wordt bepaald door de grootte, het gewicht, de kleur (de zones en veranderingen), doorzichtigheid en het type en de volmaaktheid van het slijpsel. Ook spelen de heersende modetrends mee.

Intrigerende Juwelen meesterwerken

De juweliers in het oude Mesopotamië werkten vooral met metaal als basismaterialen maar dan afgewerkt met prachtige kleurige stenen, zoals agaat, lapis en jasper. Ze maakten er intrigerende figuren mee zoals bladeren, spiralen, druiventrossen en allerlei dieren, stuk voor stuk meesterwerkjes uit de antieke kunst.

Deze juwelen werden zowel voor gewone mensen als de hogere rangen uit de maatschappij die via standbeelden werden vereerd gemaakt. Het betrof de eerste vorm van industrie, waarbij gesofisticeerde metaalbewerkende technieken zoals graveren werden gehanteerd.

De Grieken begonnen rond 1400 voor Christus goud en edelstenen in juwelen te gebruiken. Rond 300 voor Christus waren ze uitgegroeid tot ware meesters die bij hun juwelen veelvuldig gebruikmaakten en van parels en smaragd. In het oude Griekenland dienden juwelen niet om dagelijks te dragen, maar om bij publieke verschijningen en speciale gelegenheden mee uit te pakken.
De Romeinen veroverden verschillende volkeren die al met deze oude juwelen te maken hadden, zoals de Kelten. De Romeinen zelf hielden veel broches, geknipt om tunieken en toga’s samen te houden. De vrouwen droegen allerlei juwelen, daar waar de mannen het doorgaans bij een ring hielden.

Op weg naar en tijdens de Middeleeuwen werd het juweel maken steeds meer een kunst. Rond de 8ste eeuw was het algemeen goed dat de wapens van de edelen met juwelen werden ingelegd. In het Byzantijnse rijk waren het vooral religieuze thema’s die door middel van juwelen werden uitgebeeld.

De Renaissance zou een belangrijke periode bij de ontwikkeling van juwelen in Europa zijn. Rond de 18de eeuw waren tal van juweliers actief en werden hun producten vaak geëxposeerd samen met andere kunstwerken. In de periode van de Romantiek in de 18de eeuw raakte het publiek steeds meer in vervoering van juwelen uit de Oudheid, dit ten gevolge van een aantal belangrijke archeologische ontdekkingen.

Een unieke categorie vormde toen de rouwjuwelen. Queen Victoria zette deze trend in met een set juwelen die zij droeg na de dood van Prins Albert.
Tijdens de periode van de Art Nouveau rond 1890 vond ook deze kunststijl haar weerklank in de juwelen, net als de Jugendstil. Juwelenmakers legden toen de nadruk op vrouwelijke vormen en kleuren. Tijdens de art déco periode na de Eerste Wereldoorlog protesteerden ook de edelsmeden in hun werk tegen de decadentie en ijverden ze voor meer eenvoudige vormen en ontwerpen.
Na de tweede Wereldoorlog raakte het gebruik van nieuwe, goedkopere materialen in zwang. De 21ste eeuw werd ingezet met een ware mixcultuur, waarbij juwelenmakers tal van dure en goedkope materialen combineren om tot nieuwe, opwindende juwelen te komen.