-
Korte gids van juwelen en sieraden (1)
Geplaatst op november 6th, 2011 Geen reactieJuwelen en sieraden zijn van alle tijden. Ook de oermens tooide zich al met voorwerpen die hij maakte van beenderen, stenen en alle mogelijk materialen die konden bewerkt worden. Intussen is de wereld van de sieraden en juwelen tot een ware industrie uitgegroeid.
Ook in primitieve culturen
In primitieve culturen was het gebruikelijk om een amulet, kralen of een medaille te dragen. Afrikaanse stammen drukten en drukken er ook hun eigenheid mee uit. Kralen kunnen zowel gedragen worden rond de hals, de pols, de vingers, enkels, heupen,… Elk van deze plaatsen op het lichaam en het gebruikte materiaal, kleur en afwerking vertellen een eigen verhaal. De eerste vondsten van Afrikaanse juwelen dateren al van ruim 75.000 jaar geleden uit Kenia. Het zouden trouwens de Cro-Magnons zijn, onze oorspronkelijke voorouders uit Afrika, die naar het Midden-Oosten emigreerden en in Egypte de Neanderthalers als dominant ras verdreven. De Cro-Magnons brachten er het ambacht van het maken van armbanden en halskettingen met tanden en beenderen mee.
Verfraaiing van het lichaam
Een juweel of sieraad kan om het even welk object op kleding na zijn dat op het lichaam wordt gedragen met de bedoeling dat te verfraaien. Sieraden zijn in feite even oud als de mens, want van zodra onze verste voorouders dierenhuiden begonnen te dragen om zich te wapenen tegen koude en regen zochten ze ook naar elementen om zichzelf mooier te maken. Vrouwen gingen op zoek naar decoratieve stukken om de meest begeerlijke (vaak de sterkste) van de mannen van de stam voor zich te winnen, mannen wilden vooral een goede moeder om het voortbestaan van de soort te verzekeren.
Door de eeuwen heen werden de juwelen en sieraden steeds verfijnder door gebruik te maken van edele metalen en nieuwe technieken. Het beroep van ‘juwelier’ heeft altijd in hoog aanzien gestaan, ook in de eerste primitieve beschavingen.De functie van juwelen
Vroeger hadden juwelen wel een functie, bijvoorbeeld om kleren samen te houden Het werd gemaakt van materialen zoals beenderen, tanden, schelpen, hout en steen. In de Oertijd had een juweel naast een duidelijke functie ook het opzet om de status van bepaalde vooraanstaande figuren te tonen. Meestal werden ze met die siervoorwerpen ook begraven.
De eerste sporen van geavanceerde juwelen zijn terug te vinden in het oude Egypte van zowat 5.000 jaar geleden. De Egyptenaren verkozen de luxe, zeldzaamheid en gemakkelijke bewerking van goud boven andere metalen om juwelen mee te maken. Gouden ornamenten groeiden er algauw uit tot de manier om kracht en religiositeit mee te symboliseren. De machtdragers pronkten met hun gouden juwelen tijdens leven en dood, want de sieraden gingen mee in de graftombes.
Samen met goud gebruikten de Egyptische siersmeden ook gekleurd glas en tal van edelstenen. Toch verkozen de vooral glas als nevenmateriaal bij het vervaardigen van juwelen omdat glas gemakkelijk bewerkbaar en kleurbaar was.
Kleuren hadden er een groot belang, en elke kleur had een andere betekenis. Zo zei het Boek van de Dood specifiek dat een ketting van Isis rond de nek van een mummie rood moest zijn om de drang van Isis naar bloed te bevredigen, terwijl groene juwelen stonden voor vruchtbaarheid en een goede oogst.
In het oude Egypte werden heel wat materialen om juwelen van te maken gevonden aan de grenzen en in de Rode Zee. Daar bevond zich een mijn waarin ze emerald, het lievelingsgesteente van Cleopatra, opdelfden. De Egyptische juweliers waren traditioneel aan de slag in grote werkhuizen letterlijk vastgehecht aan tempels en paleizen.
De Egyptische juwelenontwerpen werden ook door andere volkeren overgenomen, zo de Feniciërs die met hun handelsgeest de kunst van het juwelen maken over de hele toen bekende wereld verspreidden. Ook werden oude Turkse designs voor juwelen teruggevonden in Perzische juwelen, het bewijs dat er heel wat handel tussen het Midden-Oosten en Europa was.
Ongeveer 4.000 jaar geleden groeide het juwelen maken tot een belangrijk vak in de steden Sumer en Akkad. Het meest bekende archeologische bewijs komt uit de koninklijke begraafplaats van Ur, waar honderden graven uit de periode 2900-2300 voor Christus werden ontdekt. In deze graven troffen archeologen tomben aan zoals die van Puabi met massa’s artefacten in goud, zilver en kostbare voorwerpen zoals kronen in lapis lazuli die met goud waren afgewerkt. Ook in Assyrië vonden men graven van mannen én vrouwen getooid met amuletten, enkelbanden, halskettingen en riemen.Juwelen voor iedereen
De juweliers in het oude Mesopotamië werkten vooral met metaal als basismaterialen maar dan afgewerkt met prachtige kleurige stenen, zoals agaat, lapis en jasper. Ze maakten er intrigerende figuren mee zoals bladeren, spiralen, druiventrossen en allerlei dieren, stuk voor stuk meesterwerkjes uit de antieke kunst. Deze juwelen werden zowel voor gewone mensen als de hogere rangen uit de maatschappij die via standbeelden werden vereerd gemaakt. Het betrof de eerste vorm van industrie, waarbij gesofisticeerde metaalbewerkende technieken zoals graveren werden gehanteerd.
De Grieken begonnen rond 1400 voor Christus goud en edelstenen in juwelen te gebruiken. Rond 300 voor Christus waren ze uitgegroeid tot ware meesters die bij hun juwelen veelvuldig gebruikmaakten en van parels en smaragd. In het oude Griekenland dienden juwelen niet om dagelijks te dragen, maar om bij publieke verschijningen en speciale gelegenheden mee uit te pakken.
De Romeinen veroverden verschillende volkeren die al met juwelen te maken hadden, zoals de Kelten. De Romeinen zelf hielden veel broches, geknipt om tunieken en toga’s samen te houden. De vrouwen droegen allerlei juwelen, daar waar de mannen het doorgaans bij een ring hielden.
Op weg naar en tijdens de Middeleeuwen werd het juweel maken steeds meer een kunst. Rond de 8ste eeuw was het algemeen goed dat de wapens van de edelen met juwelen werden ingelegd. In het Byzantijnse rijk waren het vooral religieuze thema’s die door middel van juwelen werden uitgebeeld.
De Renaissance zou een belangrijke periode bij de ontwikkeling van juwelen in Europa zijn. Rond de 18de eeuw waren tal van juweliers actief en werden hun producten vaak geëxposeerd samen met andere kunstwerken. In de periode van de Romantiek in de 18de eeuw raakte het publiek steeds meer in vervoering van juwelen uit de Oudheid, dit ten gevolge van een aantal belangrijke archeologische ontdekkingen. Een unieke categorie vormde toen de rouwjuwelen. Queen Victoria zette deze trend in met een set juwelen die zij droeg na de dood van Prins Albert.
Tijdens de periode van de Art Nouveau rond 1890 vond ook deze kunststijl haar weerklank in de juwelen, net als de Jugendstil. Juwelenmakers legden toen de nadruk op vrouwelijke vormen en kleuren. Tijdens de art déco periode na de Eerste Wereldoorlog protesteerden ook de edelsmeden in hun werk tegen de decadentie en ijverden ze voor meer eenvoudige vormen en ontwerpen.
Na de tweede Wereldoorlog raakte het gebruik van nieuwe, goedkopere materialen in zwang. De 21ste eeuw werd ingezet met een ware mixcultuur, waarbij juwelenmakers tal van dure en goedkope materialen combineren om tot nieuwe, opwindende juwelen te komen.Symbool van identiteit
Door de eeuwen heen hebben de meeste culturen een stijgende aandacht voor juwelen en sieraden aan de dag gelegd. Het kan ook het symbool zijn van het lidmaatschap tot een bepaalde bevolkingsgroep of religie, zoals het kruis voor de christenen of de Davidster voor de joden, of de westerse praktijk dat gehuwden elkaar trouw zweren door een trouwring te dragen.
In het antieke Rome werd voor de meeste juwelen koper gebruikt. Enkel de hogere klassen mochten gouden ringen dragen. Er werden zelfs gedetailleerde wetten uitgevaardigd die bepaalde wie welk soort juweel mocht dragen.
Ook in de Westerse beschaving werden duidelijke regels opgesteld over wie welke juwelen kon dragen. In de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw werden oorringen bij ons als typisch vrouwelijk beschouwd. Vanaf de jaren 1960 veranderde dit geleidelijk en vonden ook de piercings ingang bij mannen en vrouwen.
Een juweel of sieraad heeft in onze tijden geen enkel functioneel karakter. Het is enkel dienstig om het lichaam mooier te maken. Een horloge bijvoorbeeld heeft wel een functioneel karakter en wordt dan ook in de strikte zin niet als een juweel worden aanzien. Sommigen beweren dar een horloge dat met edelstenen bekleed is dan wel bij de juwelen mag gerekend worden.
Juwelen kunnen dienen om zowat elk deel van het lichaam mee te decoreren, gaande van haarpinnen tot ringen, broches, en noem maar op.
Sieraden kunnen van allerlei metalen gemaakt zijn. Dat kunnen edelmetalen zoals goud en zilver zijn maar er zijn ook juwelen van glas, tin of plastic. In moderne tijden is er naast het juweel van een hoogwaardig materiaal ook een stijgende vraag naar juwelen uit minder waardevolle bouwstoffen.Edelsmeden en juweliers
De edelsmid is gespecialiseerd is in het maken van sieraden waarin goud, platina, zilver, titanium of andere duurzame metalen zijn verwerkt. Het maken en bewerken van deze sieraden is een gespecialiseerd en intensief werk dat de nodige vakkennis vereist. De gebruikte materialen zijn van hoge kwaliteit en duurzaam, en vaak zijn gaat het om uniek creaties met een prijskaartje. De edelsmid maakt sieraden door metalen te bewerken met gespecialiseerde gereedschappen, of, wanneer nodig, te verhitten om deze metalen te kunnen vervormen. Voor sommige sieraden en zilveren gebruiksvoorwerpen worden matrijzen gemaakt waarin tot vloeibaar verhitte metalen worden gegoten.
Dikwijls is de edelsmid de bedenker of ontwerper van het sieraad. Goedkope uitvoeringen van sieraden zijn een concurrent voor de edelsmid. De lagere prijzen worden verkregen door massaproductie en door materialen van mindere kwaliteit te gebruiken.
Juweliers worden vaak gezien als makers van sieraden maar zij zijn in feite de handelaren. Soms is de edelsmid ook juwelier, als hij zijn eigen creaties maakt en verkoopt. -
Koninklijke juwelen als statussymbool
Geplaatst op juli 19th, 2009 Geen reactie
De juwelen van de Spaanse koningin Ena, een symbool van haar status
Juwelen en sieraden hebben niet alleen hun functie als sieraad, maar ze zijn ook vaak een glorierijk symbool voor de status van een persoon, zijn rijkdom en macht. De belangrijke Europese vorstenhuizen hebben een eeuwenoude traditie om de mooiste juwelen en sieraden te laten ontwerpen naar hun persoonlijke wensen.
Juwelen als onderhandelingsmiddel
De vorsten hebben altijd geprobeerd om zoveel mogelijk politieke invloed in Europa te vergaren door middel van schitterende juwelen. Gearrangeerde huwelijken tussen prinsen en prinsessen waren een belangrijk instrument in het diplomatieke schaakspel. Koningskinderen trouwden vaak louter en alleen om staatsredenen en bij onderhandelingen werden vaak juwelen bij wijze van ‘smeermiddel’ aangeboden. Moeite noch kosten werden hierbij gespaard om het de andere partij naar de zin te maken.
Bluftactiek
Maar daar bleef het niet bij. Naast de huwelijkspolitiek maakte het vertoon van vorstelijke rijkdom deel uit van de “bluftactiek” ten opzichte van andere heersers en hun gezanten. De vorstelijke hoven van Europa waren dan ook de belangrijkste klanten en beschermheren van de edelsmeedkunstenaars uit de middeleeuwen.
Vaak waren ze gewoon in dienst van vorsten en oefenden ze hun job uit in koninklijke paleizen, waar het hen aan niets te kort kwam. Ze hadden beschikking over de mooiste diamanten, briljanten, robijnen, edelstenen en het nodige goud en zilver om hun moiste creaties te maken.
Beladen geschiedenis
Heel wat sieraden zijn dan ook rijkelijk beladen met geschiedenis. Zo behoorden sommige juwelen bijvoorbeeld tot de persoonlijke schat van de Bourgondische hertog Karel de Stoute die door zijn vijanden werden buitgemaakt tijdens de verschillende veldslagen.
De “Drake”-hanger is een befaamd juweel dat door koningin Elisabeth I van Engeland geschonken werd aan admiraal Sir Francis Drake voor zijn lucratief piratenwerk ten voordele van de Britse schatkist en zijn aandeel in de vernietiging van de Armada in 1588.
Keizerin Eugénie van Frankrijk van haar kant schonk eveneens in 1870 een hanger aan Lady Burgoyne toen die haar hielp ontsnappen naar Engeland na de val van het Tweede Keizerrijk.
Juweelkunst evolueert
De juweelkunst evolueert samen met de algemene kunststromingen. Zo kennen we typische renaissancejuwelen, sieraden uit het maniërisme, barokjuwelen, romantische kleinoden, juwelen uit de neogotiek enz.
Hierover is gelukkig heel wat materiaal te vinden. Al vanaf de 16de eeuw werden modelboeken voor juwelen door begaafde ontwerpers over het continent verkocht. Dit leidde tot een verdere verspreiding van de juweelkunst.
De juwelen die bijvoorbeeld werden gedragen aan het hof van Frans I van Frankrijk of aan het hof van keizer Karel V of van Hendrik VIII van Engeland de eerste helft van de 16de eeuw,waren nog amper van elkaar te onderscheiden.
Ook technische verworvenheden drukten hun stempel op de evolutie in de stijl, zoals het nieuwe emailwerk van Jean Toutin in de jaren 1630, of de evolutie naar de briljant slijpvorm voor diamanten vanaf het einde van de 17de eeuw. In de voorbereiding daarvan ontstonden typische juwelen of sieraden met in roosvorm geslepen diamanten.
Hoogtepunt
Hoogtepunt waren de met briljanten en edelstenen bezette juwelen van de Pruisische, Franse en Portugese hoven in de periode van het Europese absolutisme van de 18de eeuw. De behaagzucht van het Napoleontische Keizerrijk wordt geïllustreerd door talrijke juwelen die gedragen of geschonken werden door de Franse keizer. Uiterst verfijnde parures en diademen in gekleurde halfedelstenen geven een beeld van het mondaine leven in deze woelige politieke periode.
-
Juwelen en sieraden in het barokkasteel van Gödöllö
Geplaatst op juni 28th, 2009 Geen reactie
Het imposante paleis van Gödöllö is het grootste barokkasteel in Hongarije en een van de belangrijkste barokke kastelen ter wereld. Reden genoeg dus voor een bezoekje. Hier verzamelde Hongaarse koninklijke familie destijds een indrukwekkende verzameling sieraden en juwelen.Landelijk
Het stadje Gödöllö ligt in een landelijk gebied op pakweg 20 kilometer ten noorden van de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Het 18de-eeuws koninklijk kasteel nestelt zich te midden van een 28 hectaren groot domein. Architect Andreas Mayerhoffer tekende destijds de plannen in opdracht van graaf Antal Grassalkovich I, een adviseur aan het Habsburgse hof. De eerste bouwfase begon in 1733 en werd in 1749 beëindigd. Maria Thérésia, keizerin van het Habsburgse rijk verbleef in het paleis van Gödöllö in 1751 naar aanleiding van haar bezoek aan Buda. Baron Georg Sina werd in 1850 eigenaar van het kasteel en verkocht het in 1864 aan een Belgische bank. De Hongaarse staat verwierf Gödöllö korte tijd later opnieuw. Het paleis werd grondig verbouwd en kreeg uiteindelijk een U-vorm.
Kroningsgeschenk
Bij de ‘Ausgleich’ werd Hongarije een zelfstandig koninkrijk, door een personele unie met Oostenrijk verbonden. In 1867 schonk de staat het kasteel van Gödöllö aan keizer Franz Joseph en keizerin Elisabeth (Sissi) naar aanleiding van hun kroning tot koning en koningin. Het paleis was jarenlang tijdens de lente en de herfst de favoriete verblijfplaats van de Hongaarse vorsten. Na het overlijden van Elisabeth in 1898 kwam Franz Joseph er nog zelden. De koning was er in 1911 voor de laatste keer. Zijn opvolger Karel IV verliet het kasteel op 26 oktober 1916 bij de ineenstorting van de dubbelmonarchie. Vanaf 1920 werd het paleis van Gödöllö de zomerresidentie van de Hongaarse regent Miklos Horthy. Aan de tweede bloeiperiode van het majestueuze gebouw kwam een einde door de Tweede Wereldoorlog toen Duitse en Russische soldaten een groot gedeelte van het waardevolle meubilair vernielden. Het hoofdgebouw, sedert 1950 een beschermd monument, kwam in verval nadat het gedurende decennia onwaardig als bejaardentehuis werd benut.
Koninklijke vertrekken vol juwelen en sieraden
Bezoekers krijgen in de kamers van het paleis een goed beeld van het dagelijks leven van de koninklijke familie ten tijde van de Oostenrijks – Hongaarse monarchie. Portretten van de Habsburgers sieren de Lonyay Hall. Aan de wanden van de rij- en jachtkamer hangen taferelen van koninklijke jachtpartijen in Gödöllö. De praalzaal imponeert door marmer en stukwerk met gouden bloemen en guirlandes. De architect Nicolas Pacassi heeft de pronkzaal gebouwd in 1758. De kleine eetzaal en het belendend vertrek bewaren neobarok meubilair, glazen en porseleinen serviezen met het monogram van Franz Joseph I.
Ceremoniële uniformen van de koning zijn te bewonderen in diens vroegere garderobe. De kleine kroonzaal was oorspronkelijk de slaapkamer van de vorst. Hier herinnert het monumentale schilderij van Eduard van Engert aan de kroningsplechtigheden van 1867. De koninklijke salons en de werkkamers zijn prachtig gedecoreerd. Het meubilair en de wanden van Elisabeth’s kleedkamer pronken in prachtig violet, het lievelingskleur van de vorstin. Rood- en vierkleurig marmeren stukwerk en gouden versiersels zijn de blikvangers in de kamer waar Maria Thérésia in 1751 verbleef, nadien de slaapkamer van Elisabeth. Een borstbeeld in wit marmer van de geliefde Hongaarse vorstin staat centraal in het vertrek dat gewijd is aan haar overlijden in 1898.
Hier bewaarde ze haar imposante verzameling juwelen, sieraden bezet met diamanten, zilver en goud, een collectie die door tijdgenoten een van de belangrijkste uit de geschiedenis werd genoemd.

een munt geslagen voor Maria-Theresia


