Ontstaan van de verschillende soorten edelstenen

Edelstenen en diamanten worden vaak gebruikt om sieraden en juwelen mee te maken. Het winnen en bewerken van edelstenen is erg uit. Volgens archeologische vondsten was er in het midden van de Steentijd ongeveer 400.000 jaar geleden al interesse voor edelstenen. Sommige edelstenen werden vanwege hun hardheid al in de vroegste tijden gebruikt als werktuig, andere omwille van hun buitengewone schoonheid als sieraad.
In de Antieke Oudheid groeide de kennis en interesse voor edelstenen verder aan. In Centraal- en Oost-Azië, Mesopotamië, Babylon en Egypte stond de kunst van de bewerking van edelstenen tot sieraden al op een erg hoog niveau. De Grieken, en later de Romeinen en Byzantijnen, waren grote kenners van edelstenen.
De ontwikkeling van de handel en de wetenschap in de 15de en 16de eeuw leidde tot nog mee interesse in edelstenen op het Europese continent. Deze belangstelling bereikte een hoogtepunt in de 18de en 19de eeuw toen talrijke nieuwe vindplaatsen werden ontdekt.
Omdat er niet voldoende hoogwaardige stenen waren om aan de stijgende vraag te voldoen, begon men geleidelijk minder goede stenen te verbeteren door esthetische of optische bewerking, zoals graveren, slijpen en boren. Ook werd door middel van splijten en snijden aan doelgerichte vormgeving gedaan.

Nieuwe slijpvormen

De kennis van de stenen, hun eigenschappen en de te gebruiken technieken maken het mogelijk om steeds fraaiere en efficiënte vormen te maken in combinatie met andere materialen. Het ontstaan van de techniek van het facetslijpen liet toe de optische eigenschappen optimaal te benutten. Andere vormen van slijpen (vlakslijpsel, cabochonslijpsel, trommelslijpsel,..) ontstonden.
Al deze technieken droegen bij tot een verdere verfijning van de manieren waarop edelstenen kunnen bewerkt worden, en vandaag de dag is het een combinatie van wetenschap, techniek en artistieke creativiteit.
Edelstenen komen in bijna alle gesteenten voor. De grootste accumulaties zijn te situeren in sedimenten. Daar vinden we de grootste concentraties van edelstenen uit bijna alle soorten gesteenten, zoals bijvoorbeeld de vindplaatsen van diamanten, saffieren en robijnen.
De gunstige omstandigheden voor de concentratie van edelstenen in een bepaald gesteente komen maar zelden voor. Vaak moet men bij het zoeken rekening houden met een grote portie geluk.
De handel in edelstenen is een heel bijzonder tak van de wereldhandel. Vaak wordt de vindplaats van een gesteente geheim gehouden of foutief aangegeven.

Bekende edelgesteenten

Robijn
Deze steen met de kleur van duivenbloed werd al in de Oudheid bijzonder gewaardeerd. De oudste geschreven bronnen over de winning van robijnen verwijzen maar groeven in Birma in het gebied van Mogok. Vandaag kwamen de stenen via handelsroutes naar de hoven en tempels van het oude Egypte en Griekenland.
Ook in Rome en tijdens de Middeleeuwen waren Romeinen erg geliefd. Aanvankelijk werden ze bewerkt tot een ovale vorm. De robijn werd beschouwd als de levenssteen, die het hart versterkt en kracht teruggeeft. Men gaf ook mythische krachten aan de robijn, die de gelovigen tegen de duivel en de pest zou beschermen.

Saffier
Saffieren zijn al sinds mensenheugnis geliefde edelstenen omwille van hun grote schoonheid en buitengewone eigenschappen. In het verleden werden alle blauwe edelstenen automatisch saffier genoemd. Het is pas in de 19de eeuw dat de saffier samen met de robijn als een aparte groep binnen de edelstenen werd beschouwd.
De saffier, zo wil de overlevering het, verleent zijn eigenaar kracht, onsterfelijkheid en roem. De saffier is ook het symbool voor rijkdom.

Topaas
Topaas was vroeger ook de naam voor andere gele en groene stenen. In de handel is nu topaas verkrijgbaar onder verschillende namen die verwijzen naar de vindplaats. Het is een geliefde edelsteen waaraan heel wat magische krachten worden toegeschreven. Zo zou topaas mannen wijsheid en fierheid verlenen en kunnen vrouwen er schoonheid en bescherming tegen onvruchtbaarheid door krijgen.

Smaragd
De smaragd kreeg algauw de bijnaam ‘koning van de edelstenen’ mee. Duizenden jaren voor Christus was de smaragd al bekend en werd deze edelsteen gebruikt in oude sieraden, amuletten en kunstvoorwerpen. Smaragd werd teruggevonden in de graftombes van Egyptische farao’s en in Pompei. Ook in de bijbel wordt naar de smaragd verwezen.
Bijzondere smaragden maken deel uit van schatten en museumcollecties. We vinden ze ook terug in kroonjuwelen en heilige voorwerpen.

Agaat
De mensheid is al meer dan 8000 jaar vertrouwd met agaten. De Scythen kenden ze al, en ze werden ook vernoemd door Theofrastus (300 voor Christus), die ze hun naam gegeven heeft. Van agaat maakte men in de Oudheid siervoorwerpen. De Grieken en Romeinen kenden de kunst van het kleuren van stenen, die als talisman werden gebruikt als bescherming tegen gif, donder en bliksem.
Sinds historische tijden zijn agaten ook bekend in Azië, vooral in India.

Intrigerende Juwelen meesterwerken

De juweliers in het oude Mesopotamië werkten vooral met metaal als basismaterialen maar dan afgewerkt met prachtige kleurige stenen, zoals agaat, lapis en jasper. Ze maakten er intrigerende figuren mee zoals bladeren, spiralen, druiventrossen en allerlei dieren, stuk voor stuk meesterwerkjes uit de antieke kunst.

Deze juwelen werden zowel voor gewone mensen als de hogere rangen uit de maatschappij die via standbeelden werden vereerd gemaakt. Het betrof de eerste vorm van industrie, waarbij gesofisticeerde metaalbewerkende technieken zoals graveren werden gehanteerd.

De Grieken begonnen rond 1400 voor Christus goud en edelstenen in juwelen te gebruiken. Rond 300 voor Christus waren ze uitgegroeid tot ware meesters die bij hun juwelen veelvuldig gebruikmaakten en van parels en smaragd. In het oude Griekenland dienden juwelen niet om dagelijks te dragen, maar om bij publieke verschijningen en speciale gelegenheden mee uit te pakken.
De Romeinen veroverden verschillende volkeren die al met deze oude juwelen te maken hadden, zoals de Kelten. De Romeinen zelf hielden veel broches, geknipt om tunieken en toga’s samen te houden. De vrouwen droegen allerlei juwelen, daar waar de mannen het doorgaans bij een ring hielden.

Op weg naar en tijdens de Middeleeuwen werd het juweel maken steeds meer een kunst. Rond de 8ste eeuw was het algemeen goed dat de wapens van de edelen met juwelen werden ingelegd. In het Byzantijnse rijk waren het vooral religieuze thema’s die door middel van juwelen werden uitgebeeld.

De Renaissance zou een belangrijke periode bij de ontwikkeling van juwelen in Europa zijn. Rond de 18de eeuw waren tal van juweliers actief en werden hun producten vaak geëxposeerd samen met andere kunstwerken. In de periode van de Romantiek in de 18de eeuw raakte het publiek steeds meer in vervoering van juwelen uit de Oudheid, dit ten gevolge van een aantal belangrijke archeologische ontdekkingen.

Een unieke categorie vormde toen de rouwjuwelen. Queen Victoria zette deze trend in met een set juwelen die zij droeg na de dood van Prins Albert.
Tijdens de periode van de Art Nouveau rond 1890 vond ook deze kunststijl haar weerklank in de juwelen, net als de Jugendstil. Juwelenmakers legden toen de nadruk op vrouwelijke vormen en kleuren. Tijdens de art déco periode na de Eerste Wereldoorlog protesteerden ook de edelsmeden in hun werk tegen de decadentie en ijverden ze voor meer eenvoudige vormen en ontwerpen.
Na de tweede Wereldoorlog raakte het gebruik van nieuwe, goedkopere materialen in zwang. De 21ste eeuw werd ingezet met een ware mixcultuur, waarbij juwelenmakers tal van dure en goedkope materialen combineren om tot nieuwe, opwindende juwelen te komen.